• Interview met Christiane Kuby, winnares van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2015

    “Taal is het instrument dat je in de loop der jaren steeds virtuozer leert te bespelen.”

    Op 14 maart 2015 zijn de literaire vertalers Christiane Kuby en Hans Boland door het Prins Bernhard Cultuurfonds onderscheiden met de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2015. Het Cultuurfonds reikt deze prijs sinds 2015 eens in de vijf jaar uit aan een vertaler die uit het Nederlands vertaalt. De prijswinnaar Hans Boland wordt geroemd voor zijn vertalingen uit het Russisch en de vertaalster Christiane Kuby is onderscheiden voor haar vertalingen in het Duits.
    Een prachtige aanleiding dus om met Christiane Kuby eens in gesprek te gaan over vertalen, muziek en taal, haar persoonlijke inspiratie en de belangrijke thema’s in het werk van een (literair) vertaler.

    Uit het juryrapport over het werk van Kuby spreekt vooral de waardering voor de veelzijdigheid, het inlevingsvermogen en het taalgevoel van Kuby. Zo doet ze volgens de jury recht aan de rijke taal van Jeroen Brouwers, de meeslepende stijl van Helga Ruebsamen, de ‘nuchter Hollandse’ zinnen van Kader Abdolah, de sobere vertellersstem van Carl Friedman, de eindeloos lange zinnen vol vergelijkingen van Erwin Mortier en de vrouwelijke symboliek van Astrid Roemer. Deze schrijvers zijn zo divers, en toch zo uniek in hun eigen werk dat Kuby op geslaagde wijze transformeert in het Duits. Hoe is dat mogelijk? “Door het intensieve contact met beide talen: Ik ben in 1970 in Amsterdam komen wonen. Terwijl ik Germanistiek en Romanistiek studeerde, woonde ik samen met een groepje Duitsers. Voor ons was de Duitse cultuur – vooral die van de Romantiek – heel belangrijk. De studie was voor mij iets anders dan een opstapje naar het onderwijs. Toen heb ik Duitse poëzie gelezen, ja, zelfs veel gedichten uit mijn hoofd geleerd.” Na haar studie werkte Kuby voor diverse tijdschriften waar ze teksten schreef, redigeerde en publiceerde. “Ik beschouwde het toen als dienst aan de kunst, maar mezelf niet als kunstenares.” er door een aantal kleine literaire opdrachten achter kwam dat vertalen precies het vak was dat bij haar paste. Ze koos een roman die haar aansprak, namelijk een roman van Carl Friedman, die haar zeer aansprak, nog niet vertaald was. “Het is nog zo makkelijk niet om aan eerste opdracht te komen. Dus probeerde ik het op eigen houtje door een roman te vertalen die me aansprak.  Na contact met de uitgever ben ik zelf begonnen om het boek Twee koffers vol van haar te vertalen. Het Joodse thema ervan heeft mij als Duitse bijzonder geboeid. Nadat ik vertaalde hoofdstukken bij Friedman in de brievenbus had gedaan, reageerde zij heel enthousiast. Vervolgens ging ik met haar op leesreis naar Dresden, Leipzig en Berlijn.” Het leven als literaire vertaler is voor Kuby in elk geval geen gewone baan. “Het is meer dan een fulltimebaan want naast het vertalen ‘an sich’ ga je ook naar beurzen, je bezoekt workshops en je leest veel boeken. Ik lees om en om een Duits en een Nederlands boek. Ik ben dol op Duitse auteurs die op een speciale manier een zoektocht naar het verleden vormgeven.” Katharina Hacker, Katja Petrowskaja en Anne Weber behoren tot schrijvers die Kuby fascineren omdat ze de zoektocht naar hun wortels beschrijven.

    Kuby heeft door haar studie, passie en werk zelf ervaren dat je als lezer, gebruiker én als vertaler door het (be-)studeren van taal en het gebruik ervan erachter komt wat literatuur eigenlijk uitmaakt: de extra dimensie die aan een tekst, aan woorden wordt toegevoegd. “Je gaat geen clichés gebruiken, maar als schrijver wek je beelden op die verschillende lagen bevatten. Dingen die je ziet, worden met persoonlijke herinneringen geassocieerd. En als vertaler geef je deze gelaagdheid van de taal weer in de nieuwe tekst. Maar bijvoorbeeld het kenmerkende ritme van de oorspronkelijke tekst moet je erbij handhaven”, zegt Kuby stellig. Dat is niet altijd gemakkelijk want de lange zinnen in het Duits worden door Nederlandse lezers vaak als niet aangenaam ervaren. “Maar toch moet je de eigenheid van een tekst behouden”, aldus Kuby. Dit heeft de jury van de Martinus Nijhoff prijs erkend want over de vertaling van Een sierlijke duik van Marie Kessels schrijft de jury: ‘Kessels schrijft vaak zeer lange, gecompliceerde zinnen, en Kuby analyseert die, schuift en verplaatst net zo lang tot alle elementen weer aanwezig zijn in een Duitse zin die even goed loopt als de Nederlandse’.

    Om het instrumentarium van het Duits te kunnen blijven gebruiken, is Kuby elk jaar minimaal een maand in Duitsland om met mensen te spreken, andere vertalers te ontmoeten en woorden te verzamelen. “Ik vraag ook aan mijn neefjes en nichtjes, welke woorden zij nu gebruiken. Ik roof de taal als het ware.” De ruime schat aan woorden is voor Kuby de bron voor het transformeren van romans. De zeer poëtische, subtiele taal in de roman Het dikke hart van Tonnus Oosterhoff bijvoorbeeld wist ze over te zetten in mooi idiomatisch Duits. En bij een zin als ‘Hij dwaalde door de stad om inspiratie te vinden’, weegt ze woorden als ‘durchstreifen, irren, sich treiben lassen’ tegen elkaar af om de juiste keuze te maken. Deze afwegingen zijn een essentiële voorwaarde voor het componeren van vertalingen: “Ik moet immers de tekst zo creëren, dat deze door een lezer niet als ‘onhandig’ wordt ervaren.” Dat betekent soms ook dat je dieper moet duiken in de context van een verhaal. Voor de vertaling van Het lied en de waarheid verdiepte Kuby zich in het koloniale verleden van Nederland. Terwijl koloniën in de Duitse geschiedenis maar een marginale rol speelden, zijn veel Nederlanders gevormd door de ervaringen in onder andere Nederlands-Indië. Om het nostalgische gevoel voor mensen in Nederland op de juiste manier te weerspiegelen in het Duits, heeft ze haar vertaling aangevuld door een lijst met Indische begrippen zodat een beeld van deze wereld werd gecreëerd. Volgens Kuby is het echter veel mooier als de tekst een dergelijke ondersteuning niet nodig heeft. “Voor de Zeewijk-trilogie van Robert Haasnoot koos ik er daarom niet voor om zijn afwijkend Nederlands om te zetten in afwijkend Duits, maar zijn wat plechtig taalgebruik heb ik in het Duits terug laten keren.” Dat levert mooie uitdrukkingen op als ‘das eine, das Not tue’ (het Ene Nodige) of ‘der wahre Herzenskenner und Nierenprüfer’ (de ware hartenkenner en nierenproever). Dat vond ook de jury van het Cultuurfonds die verder tot de conclusie kwam dat ‘haar stilistische bereik bijzonder groot is, en zij zorgt telkens weer voor een zelfstandig literair werk in de Duitse taal.’ Voor de vertaling van Gran Café Boulevard van Thomas Lieske koos Kuby er bewust voor om de couleur locale te behouden door mooie equivalenten voor eigenzinnige formuleringen te kiezen: ‘de woorden zijn onthutst, of bespatterd, of vergroend’ wordt ‘die Worte sind verdattert, bespritzert oder vergrünt’. De jury was er zeer van onder de indruk dat Kuby erin is geslaagd ‘de symbolische laag onder het verhaal behouden te behouden’.

    Tijdens het gesprek met Kuby vallen telkens weer de vergelijkingen met de muziek en de terminologie uit de muziek op. Hoe komt dat? “Het werk van een vertaler is ook te vergelijken met dat van een musicus: Je moet veel oefenen, je speelt alleen of juist samen met anderen, je moet telkens weer je gehoor scholen, je repertoire uitbreiden, maar ook zakelijk zijn om werk te vinden. De taal is dan het instrument dat je in de loop der jaren steeds virtuozer leert te bespelen.” En op die manier zorgt elke uitvoering van een kunstwerk ook voor iets nieuws door de beschikbare middelen, een eigen interpretatie in het kader van het heden: “Denk eens aan de uitvoering van ‘Die Zauberflöte’ in de Amsterdamse Stopera met een koningin van de nacht in een rolstoel. Hier werd een beeld gecreëerd dat een nuance en een dimensie toevoegt zonder afbreuk te doen aan het werk.” Net zoals de muziek kent de literatuur een eigen interpretatie in elke periode.
    Voor Kuby is het haast kamermuziekachtige werk van Marie Kessels karakteristiek voor de overeenkomsten van muziek en literatuur. Of het werk van de Vlaming Leo Pleysier. “Hij componeert perfect uitgebeelde mensen in een ruimte met deuren naar het onuitgesprokene. Dat is precies wat ik zoek in de literatuur”, zegt Kuby. “Door verhalen rechttoe rechtaan te vertellen, maak je nog geen literatuur. Pleysier presenteert kleine, haast filmische flarden. Door deze kleine inkijkjes in de afgronden ontstaat het beeld van een mens. Hierbij wordt duidelijk dat het weglaten net zo belangrijk is. Soms is het voldoende om dingen alleen maar kort aan te duiden.” En de kunst van de vertaler is om deze compositie in de ene taal op getrouwe manier uit te voeren op het podium van de andere taal.

    In augustus 2014 werd al bekend wie de prijswinnaars van de Martinus Nijhoff prijs 2015 zouden worden. “Ik ben natuurlijk al eerder bij prijsuitreikingen geweest en dacht altijd: dit zijn de échte vertalers. En om dan in maart van dit jaar zelf onderscheiden te worden, is heel bijzonder. Je doet weliswaar altijd je best, maar je blijft aan het twijfelen en je bent onzeker. Dan is deze prijs een mooie bevestiging. Je bent hierdoor trots en tevens zelfverzekerder. Nu voel je dat vertrouwen en weet dat je op je eigen kompas kunt vertrouwen.”
    Alhoewel, helemaal alleen doet ze haar werk niet. Een bevriende collega leest alle teksten van haar. “Dat leidt soms tot discussies. Maar we zijn ook een team geworden dat haast symbiotisch te werk gaat. Terwijl ik heel getrouw aan de tekst ben, denkt hij eerder ‘hoe zou ik het zeggen?’. En vervolgens laat ik mijn teksten nog door een Duitser lezen die geen Nederlands spreekt.”

    Welke projecten staan nu – na deze prachtige onderscheiding – op de agenda van Kuby? “Ik ben gevraagd om het werk van Nescio te vertalen. Misschien ben ik zelfs gevraagd omdat ik werd onderscheiden met de Martinus Nijhoff prijs. Wie weet?” Het werk van Nescio dat in de tijd tussen 1910 tot 1920 is ontstaan, vormt een nieuwe uitdaging voor Kuby. “Het wordt wederom fascinerend om voor dit werk de juiste snaar te raken. Nescio gebruikt veel verkleinwoorden waarbij ik dan telkens een passend pendant in het Duits moet zien te vinden. Wat maak je van een ‘klein heertje’ bijvoorbeeld? En hoe zet je zijn bewuste keuze voor omgangstaal om in het Duits?”
    Dus, de enthousiaste lezers van Kuby kunnen zich verheugen op meer van haar composities in taal. Immers heeft de Nederlandse literatuur in Duitsland veel vrienden. Dat is sinds 1993 nog duidelijker te merken. In dat jaar was Nederland het partnerland op de befaamde Buchmesse in Frankfurt. Sindsdien is er (nog) meer aandacht voor de Nederlandse literatuur. “Je wordt soms zelfs door Duitse uitgevers gevraagd of je nog een goede aanbeveling hebt voor hen.”

    Chistiane Kuby is dus zeker van plan om door te gaan met het vertalen. “Taal is voor mij net een ambacht dat je met de jaren verfijnt en verbetert omdat je je instrumentarium uitbreidt. Als vertaler word je steeds meer ervaren zoals een instrumentenbouwer die zijn materiaal waarmee hij werkt, steeds beter aanvoelt. En na 20 jaar geniet ik er misschien nog wel meer van dan 20 jaar geleden.”

    Dit artikel is tevens gepubliceerd in de Linguaan, het tijdschrift van het NGTV

     

    Post Tagged with , , ,
Comments are closed.