• Recensie: “Syntax der niederländischen Sprache”

    ‘Syntax der niederländischen Sprache’ door H. Streicher en I. Visser

    Compleet naslagwerk met wellicht misleidende titel

     

    In principe is het altijd positief nieuws als er weer eens een boek over het Nederlands voor Duitstaligen verschijnt omdat de keuze aan vakliteratuur tamelijk beperkt is.
    Uitgeverij Bouvier (bouvier-verlag) heeft dit jaar een boek gepubliceerd voor Duitstalige gebruikers die meer willen weten over de Nederlandse syntaxis. Volgens de uitgever is deze systematische beschrijving uitermate compleet en waarschijnlijk daarom eerder als naslagwerk dan als leerboek te beschouwen. Tevens stelt de uitgever dat het boek meer gericht is op de praktijk dan op de theorie. De contrastieve aspecten dienen volgens de schrijvers het gebruik voor de lezer verder te vergemakkelijken.
    De doelgroep van dit boek zijn dus mensen met basiskennis van het Nederlands die de bijzonderheden van het Nederlands beter willen leren (kennen).

    Door taalstudenten wordt syntaxis meestal beschouwd als een van de minst attractieve onderdelen van de taalverwerving. Het klinkt allemaal nogal theoretisch en abstract terwijl een juiste zinsbouw uiteraard de basis vormt voor heldere en duidelijke zinnen, een must dus voor elke vertaler. Als Duitse native-speaker was mijn visie ten opzichte van de Nederlandse zinsbouw altijd beperkt tot twee aspecten: ten eerste wordt de Duitse tangconstructie niet gehandhaafd maar juist vermeden zodat de persoonsvorm dichtbij het onderwerp komt te staan en ten tweede is de volgorde van de zinsdelen in de Nederlandse zin enigszins beperkt indien de functie van deze zinsdelen (lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp enz.) anders niet helder is. En lange zinnen – zoals de vorige zin – zijn eigenlijk ‘not done’. Daarom was ik heel benieuwd welke nieuwe inzichten hier op rond 250 pagina’s worden toegelicht.
    De schrijvers hebben in het verleden eerst een grammatica van het Italiaans geschreven en nu het gedeelte voor de syntaxis bewerkt voor het Nederlands. Een opvallende insteek omdat Italiaans een Romaanse taal is terwijl Duits en Nederlands beide Germaanse talen zijn die – zeker wat betreft de syntaxis – veel overeenkomsten vertonen. Wat zou hier dus over de syntaxis worden toegelicht? Is deze insteek misschien onhandig geweest?

    In het eerste gedeelte van het boek gaat het vooral om woordgroepen terwijl in het tweede gedeelte zinsconstructies tegen het licht worden gehouden.

    In het eerste deel staan dus woorden centraal (binnen hun syntactische context) en bijvoorbeeld de paragraaf over het woordje ‘er’ is bijzonder verhelderend voor Duitse lezers. Zelfs in de aanhang wordt nog eens op ‘er’ ingegaan. Dat is zeer handig. Gaandeweg komt steeds meer naar voren dat de meerwaarde van dit boek inderdaad niet zo zeer schuilgaat in de theoretische omschrijvingen maar veeleer in de voorbeelden op woordniveau. Duitse studenten van de Nederlandse taal leren dus het gebruik van (lastige) woorden binnen een bepaalde context. De omschrijvingen zijn dus juist in die gevallen bijzonder nuttig als de lezer hierdoor begrijpt hoe en in welke context hij/zij bepaalde termen en begrippen op welke manier binnen een zin dient te gebruiken. Deze voordelen van dit boek worden ook door studenten erkend; voor hen is het dus niet zo zeer een boek over syntaxis, maar een handig hulpmiddel om hun woordenschat Nederlands uit te breiden.

    In het tweede deel gaat het over zinsbouw, dus eigenlijk minder om woorden en hun betekenis, maar ook hier biedt het boek een extra meerwaarde door het gebruik van onder andere bepaalde voegwoorden binnen een context toe te lichten. Aanvullende uitleg, bijvoorbeeld over het gebruik van de komma in het Nederlands, bieden nog meer houvast.
    De omschrijving van de zinsbouw bevat verder immers weinig nieuws en is inderdaad vergelijkbaar met de zinsbouw in het Duits; een aha-Erlebnis blijft hier dus meestal achterwege.

    Daarom is de titel van het boek ‘Syntax der niederländischen Sprache’ wellicht onhandig gekozen. Meer treffender zou een titel zijn die een verwijzing biedt naar de mogelijkheid om via dit boek de eigen taalvaardigheid Nederlands uit te breiden door woorden binnen een bepaalde zinsstructuur respectievelijk zinsverband te leren.

    Taalkundig valt er helaas toch nog iets op te merken: sommige vertalingen zijn op zijn minst gezegd opvallend omdat het Nederlandse ‘Ik ben mijn tas kwijt’ eigenlijk niet betekent ‘Ich bin meine Tasche los’, maar ‘Ich habe meine Tasche verloren’.

    Veel storender was echter het feit dat in het boek de oude Duitse spelling, bijvoorbeeld ‘daß’ in plaats van ‘dass’ wordt gebruikt. Het is volstrekt onbegrijpelijk waarom in een boek dat in 2014 wordt gepubliceerd, nog een spelling van de afgelopen eeuw wordt toegepast (ondanks alle discussies omtrent zin en onzin van een nieuwe spelling). Dit wekt de schijn van achterhaald-zijn. Een betreurenswaardige misser van een boek dat veeleer de indruk van up-to-date zou moeten bieden.

    Dit boek verdient dus best meer gebruikers en zou deze wellicht ook krijgen als presentatie, titel en uitstraling van het geheel net wat aantrekkelijker zouden zijn.

     

    ‘Syntax der niederländischen Sprache’

    H. Streicher en I. Visser

    Uitgever: Bouvier Verlag

    ISBN: 978-3-416-03374-9

    Prijs: 36,- euro

     

    Post Tagged with , , , ,
Comments are closed.